ECLI:NL:RBROT:2000:AA7888
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toelating V.I.T.B. tot Deelorgaan Binnenvaart
Verzoekster, de Internationale Vereniging van Reders en Scheepsbevrachters in de Binnentankvaart (V.I.T.B.), diende op 2 maart 1998 een aanvraag in tot toelating tot het Deelorgaan Binnenvaart. De Minister van Verkeer en Waterstaat wees deze aanvraag bij besluit van 13 december 1999 af, waarna verzoekster bezwaar maakte dat bij besluit van 23 mei 2000 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening gelijktijdig. De president oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en kon direct uitspraak doen in de hoofdzaak. De afwijzing was gebaseerd op het advies van het Deelorgaan Binnenvaart en het Overlegorgaan Goederenvervoer, waarbij werd gewezen op het niet-Nederlandse karakter van een deel van de leden en het commerciële karakter van de V.I.T.B.
De rechtbank stelde echter vast dat de minister ten onrechte andere criteria dan representativiteit hanteerde, terwijl uit het verslag van het Deelorgaan Binnenvaart bleek dat representativiteit het enige toelatingscriterium was. De minister werd daarom veroordeeld tot het aanwijzen van de V.I.T.B. als vertegenwoordiger in het Deelorgaan Binnenvaart en tevens veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van toelating wordt vernietigd en de V.I.T.B. wordt toegelaten tot het Deelorgaan Binnenvaart.