ECLI:NL:RBROT:2000:AA8234
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdige beslissing bezwaar gedoogplicht drinkwatertransportleiding
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van verweerder waarin een gedoogplicht is opgelegd voor de aanleg en instandhouding van een drinkwatertransportleiding. Verweerder heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, waarop verzoeker beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank stelt vast dat verweerder in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet tijdig heeft beslist op het bezwaar. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een beslissing wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een gestelde termijn een beslissing te nemen en deze bekend te maken.
Verzoeker vordert tevens schadevergoeding wegens de vertraging en de gevolgen van de gedoogplicht. De rechtbank oordeelt dat de schadevergoedingprocedure via de Belemmeringenwet Privaatrecht (Bp) voldoende is en dat het verzoek om schadevergoeding daarom niet kan worden toegewezen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak voldoende duidelijk is. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden aan verzoeker vergoed. De uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank Rotterdam op 29 augustus 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen alsnog te beslissen.