ECLI:NL:RBROT:2000:AA8571
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg drinkwaterleiding
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat waarin hem op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (Bp) een gedoogplicht is opgelegd voor de aanleg en instandhouding van een drinkwatertransportleiding. Verzoeker vordert een voorlopige voorziening om uitvoering van dit besluit te schorsen.
De rechtbank stelt vast dat het openbaar belang bij de drinkwatervoorziening groot is en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat met de uitvoering niet kan worden gewacht. De noodzaak van de tweede watertoevoerleiding naar Delft is onderbouwd met beleidsregels en de leveringszekerheid volgens de richtlijn van de Vereniging voor Waterleidingbedrijven.
De financiële belangen van verzoeker, waaronder de belemmering van de exploitatie van zijn gronden, kunnen worden gecompenseerd via de schadevergoedingsprocedure van artikel 14 Bp Pro. De rechtbank oordeelt dat de minister deze belangen terecht minder zwaar heeft gewogen.
Verder is vastgesteld dat er voldoende overleg is geweest om tot een minnelijke regeling te komen en dat het verzoek om milieuvoorschriften en beperkingen op het gebruik van de leiding ongegrond is. De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gedoogplichtbesluit wordt afgewezen.