ECLI:NL:RBROT:2000:AA8713
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- R. Kruisdijk
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid kinderbijslag en terugvordering door Sociale Verzekeringsbank
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen eiser en de Sociale Verzekeringsbank over het recht op kinderbijslag voor drie kinderen geboren in Pakistan. Verweerder had het recht op kinderbijslag geweigerd vanaf het derde kwartaal 1992 en de onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd. Eiser betwistte de juistheid van de onderzoeken en de rapportages van de vertrouwensadvocaat die de rechtmatigheid van de kinderbijslag in twijfel trokken.
De rechtbank overwoog dat de door eiser overgelegde geboorte-akten niet betrouwbaar waren en dat de kinderen niet als eigen kinderen van eiser konden worden aangemerkt. De onderzoeken ter plaatse bevestigden dit standpunt. De rechtbank verwierp het verweer van eiser dat de rapportages onvoldoende waren gecontroleerd en oordeelde dat verweerder zorgvuldig had gehandeld.
Verder stelde de rechtbank vast dat de terugvordering van de onverschuldigde kinderbijslag terecht was, hoewel verweerder geen onderscheid had gemaakt tussen de perioden voor en na de inwerkingtreding van de Wet boeten. Dit leidde tot gedeeltelijke vernietiging van het besluit, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De rechtbank wees ook het beroep van eiser af dat artikel 6 EVRM Pro was geschonden door het niet verstrekken van volledige rapportages.
Tot slot veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiser werd vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; proceskosten worden toegewezen aan eiser.