ECLI:NL:RBROT:2000:AA9679
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.D.G.J. Dop
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-vergoeden buitengerechtelijke incassokosten
Eiser was in augustus-september 1998 opgenomen in een Duits ziekenhuis en verzocht verweerder om vergoeding van de kosten. Verweerder vergoedde vrijwel alle kosten, maar weigerde de buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank moest beoordelen of de weigering tot vergoeding van de incassokosten een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro was, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. Volgens vaste jurisprudentie is een beslissing over vergoeding van schade als gevolg van een (beweerdelijk) onrechtmatig besluit een besluit in de zin van de Awb. Echter bleek in deze zaak geen sprake van een rechtmatig of onrechtmatig besluit van verweerder dat de schade veroorzaakte.
De termijn van afhandeling door verweerder, die eiser als oorzaak van de schade aanvoerde, kwalificeert niet als een besluit. Daarom was de brief van verweerder geen besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Het bezwaar had dan ook niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank wees erop dat eiser zijn schadevordering via de burgerlijke rechter kan instellen. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij de uitspraak in de plaats trad van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond verklaard.