ECLI:NL:RBROT:2000:AA9960
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na afwijzing verzoek tot ondertoezichtstelling
In deze zaak heeft de kinderrechter het verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige afgewezen. De Raad voor de Kinderbescherming had het verzoek ingediend, maar vanaf het begin was onduidelijk of er voldoende gronden waren voor ondertoezichtstelling om de hulpverlening aan de minderjarige te waarborgen.
De kinderrechter overweegt dat bij afwijzing van een dergelijk verzoek behoedzaam met proceskostenveroordeling moet worden omgegaan, omdat dit de Raad voor de Kinderbescherming kan ontmoedigen om verzoeken in te dienen. Anderzijds is het ook van belang dat ouders niet onnodig kosten hoeven te maken wanneer het verzoek ongegrond is.
Gezien de onduidelijkheid omtrent de noodzaak van ondertoezichtstelling acht de rechter het redelijk om de Raad voor de Kinderbescherming te veroordelen in de proceskosten van de ouders. De hoogte van de vergoeding is vastgesteld op f. 1.720,--, gebaseerd op gebruikelijke tarieven in burgerrechtelijke zaken.
De beschikking is gegeven door kinderrechter M.J. de Haan-Boerdijk en kan binnen twee maanden worden aangevochten door hoger beroep bij het Gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: De Raad voor de Kinderbescherming is veroordeeld tot betaling van f. 1.720,-- aan proceskosten aan de ouders.