ECLI:NL:RBROT:2000:AB0181
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verstrekking belastinggegevens erfgenaam wegens onbevoegdheid en onvoldoende motivering
Verzoeker, erfgenaam van wijlen mevrouw C, verzocht de Belastingdienst om afschriften van haar belastingaangiften en aanslagen over 1984-1998. De Belastingdienst weigerde dit op grond van fiscale geheimhoudingsregels en het voorkomen van onevenredige bevoordeling van erfgenamen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur die het besluit nam niet bevoegd was, omdat mandaat slechts was verleend voor de functies van inspecteur en ontvanger, niet voor het hoofd van de eenheid. Daarnaast was de motivering van het besluit onvoldoende, omdat verweerder niet beschikte over de gevraagde gegevens ten tijde van het besluit. Ook het beroep op de fiscale geheimhoudingsplicht werd niet overtuigend onderbouwd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij de belangen van alle erfgenamen zorgvuldig moeten worden afgewogen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verzoeker werd in de proceskosten en griffierecht van de voorlopige voorzieningprocedure en hoofdzaak veroordeeld.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.