ECLI:NL:RBROT:2000:AF0497
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.H.M. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens roekeloos schulden maken
Verzoekster heeft op 13 januari 2000 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Uit de stukken en de zitting blijkt dat zij sinds 1997 tot medio 1999 werkte als schoonmaakster en daarna een uitkering ontvangt. Zij heeft een schuld van bijna 60.000 gulden opgebouwd, waaronder een fraudeschuld aan de gemeente Rotterdam. Ondanks deze schulden heeft zij haar consumptiepatroon gehandhaafd en zelfs uitgebreid, onder meer door het aangaan van nieuwe schulden zoals huurschulden, telefoonschulden en belastingschulden.
De rechtbank constateert dat verzoekster wist dat zij de schulden niet zou kunnen betalen en dat zij roekeloos en onverantwoordelijk heeft gehandeld. Dit leidt tot het oordeel dat zij niet te goeder trouw is. Hoewel de wetgever beoogt mensen met problematische schulden een schone lei te bieden, is de schuldenopbouw bij verzoekster praktisch tot op heden doorgegaan. Hierdoor kan de schuldsaneringsregeling niet eerder dan op of omstreeks heden aanvangen.
Gezien de handelwijze van verzoekster en het feit dat veel schuldeisers niet akkoord gaan met een minnelijke regeling, wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens roekeloos en onverantwoord schulden maken.