ECLI:NL:RBROT:2001:AB0626
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.F. van der Lugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit opschorting huurverhoging wegens gebrek aan bevoegdheid
Eiser huurt sinds 1989 een woonruimte waarvan de wettelijke huurverhogingen vanaf 1990 tot 1995 zijn opgeschort door de Staatssecretaris vanwege ernstige vochtproblemen. Verhuurder verzocht de opschorting op te heffen, waarop de Staatssecretaris in een brief van juni 1999 aangaf geen aanleiding te zien het oordeel van de huurcommissie niet te volgen, maar stelde geen bevoegdheid te hebben de opschorting op te heffen.
Eiser maakte bezwaar tegen dit standpunt, dat door de Staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelt dat de brief van 25 juni 1999 wel als een besluit met rechtsgevolg moet worden gezien en dat de Staatssecretaris wél bevoegd is de opschorting op te heffen, mede gelet op het systeem van de Huurprijzenwet woonruimte zoals die gold vóór 1 juli 1996.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt dat de Staatssecretaris alsnog inhoudelijk op het bezwaar beslist. Tevens veroordeelt zij de Staatssecretaris in de proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een duidelijke bevoegdheidsafbakening tussen bestuursorgaan en huurcommissie bij huurprijsaanpassingen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Staatssecretaris wordt verplicht opnieuw op het bezwaar te beslissen.