ECLI:NL:RBROT:2001:AB0716
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th. G. M. Simons
- H. S. G. Verhoeff
- M. V. Scheffers
- Rechtspraak.nl
Belang van eigenaar niet rechtstreeks betrokken bij machtiging tot binnentreden woning
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de vraag of eigenaren en niet-bewoners van panden als belanghebbenden konden worden aangemerkt bij het verlenen van machtigingen aan woninginspecteurs om zonder toestemming van de bewoner woningen binnen te treden. De burgemeester van Rotterdam had dergelijke machtigingen verleend in het kader van een project tegen drugshandel.
Eisers, bestaande uit eigenaren en beheerders van de panden, maakten bezwaar tegen deze machtigingen en stelden dat zij door de machtigingen schade hadden geleden, onder meer doordat zij gedwongen waren tot verkoop van de panden tegen lagere prijzen en hun goede naam was aangetast. De burgemeester verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk, waarop eisers beroep instelden.
De rechtbank overwoog dat het recht op onschendbaarheid van de woning, zoals beschermd door de Grondwet, primair aan de bewoner toekomt. De machtiging tot binnentreden raakt rechtstreeks alleen de bewoner en niet de eigenaar of beheerder die niet in de woning woont. Schade of nadelige gevolgen voor eigenaren of beheerders zijn niet voldoende om als direct belanghebbende te worden aangemerkt.
Verder stelde de rechtbank dat eventuele aanschrijvingen op grond van de Woningwet, die kunnen volgen uit de inspecties, zelfstandige besluiten zijn waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn. Het belang van eigenaren wordt pas relevant bij die besluiten, niet bij de machtiging tot binnentreden zelf.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en bevestigde zij dat eigenaren en niet-bewoners niet-ontvankelijk zijn in hun bezwaren tegen de machtigingen tot binnentreden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eigenaren en niet-bewoners tegen de machtigingen tot binnentreden niet-ontvankelijk en wijst deze af.