ECLI:NL:RBROT:2001:AB2444
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ontheffing Mededingingswet inzameling wit- en bruingoed
Op 10 november 1998 dienden Stichting Witgoed en Stichting Bruingoed een aanvraag in bij de Nederlandse mededingingsautoriteit voor ontheffing van het verbod van artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet (Mw) met betrekking tot hun uitvoeringsplan voor inzameling en verwerking van wit- en bruingoed. De mededingingsautoriteit wees de aanvraag deels toe en deels af in een besluit van 18 april 2001. Verzoeksters maakten bezwaar tegen het besluit en vroegen om een voorlopige voorziening tegen het voorschrift dat zij niet langer verplicht zouden zijn de verwijderingsbijdrage zichtbaar door te berekenen en te vermelden op de factuur.
De president van de rechtbank oordeelde dat het voorschrift geen zelfstandige verplichting oplegt en geen last in de zin van de Mw inhoudt. Het voorschrift is een gevolg van de weigering van ontheffing en vormt een verlichting van reeds bestaande verplichtingen. Verzoeksters konden daarom geen spoedeisend belang bij schorsing aantonen. Ook werd geoordeeld dat het voorschrift niet onrechtmatig is en dat de procedurele bezwaren van verzoeksters niet tot schorsing leiden.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak bevat tevens een uitgebreide toelichting op de betekenis van voorschriften en lasten onder de Mededingingswet en benadrukt dat het opleggen van lasten een andere en strengere procedure vereist dan het verbinden van voorschriften aan ontheffingen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de mededingingsautoriteit wordt afgewezen.