ECLI:NL:RBROT:2001:AB2711
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- F.H.W. van den Emster
- E.F.C. Francken
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in bestuurszaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam en tijdens de zitting wraking gevraagd van mr. X, de rechter die de zaak behandelde, en van griffier mr. Y. Verzoeker stelde dat mr. X niet onpartijdig kon zijn omdat hij eerder een vergelijkbare zaak van een derde, C, had behandeld en daar een oordeel had gegeven dat ook voor zijn zaak van belang zou zijn.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat mr. X eerder een oordeel heeft gegeven in een vergelijkbare zaak geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid. De rechter beoordeelt elke zaak afzonderlijk en het beroep van verzoeker betreft een ander besluit en andere bewijsvoering, waaronder getuigenverklaringen die in de zaak van C niet zijn gehoord.
Verder wordt het wrakingsverzoek tegen de griffier mr. Y afgewezen omdat de wet geen mogelijkheid biedt om een griffier te wraken. De rechtbank benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dat vermoeden weerleggen, wat hier niet het geval is.
De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek tegen mr. Y en wijst het wrakingsverzoek tegen mr. X af. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 23 mei 2001.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen mr. X afgewezen en verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek tegen griffier mr. Y.