ECLI:NL:RBROT:2001:AB3313
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van ‘t Hul
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieverplichting na vijftien jaar vanaf inschrijving echtscheidingsvonnis
De man verzocht de rechtbank om zijn alimentatieverplichting jegens de vrouw te beëindigen, stellende dat hij reeds vijftien jaar verplicht was tot het verstrekken van levensonderhoud en dat de behoefte van de vrouw niet langer aan het huwelijk gerelateerd was. Hij baseerde zich op artikel 1:401 lid 1 BW Pro en de Wet Limitering na scheiding.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de termijn van vijftien jaar pas begint te lopen vanaf het moment van inschrijving van het echtscheidingsvonnis in de registers van de burgerlijke stand, wat de rechtbank onderschreef. De rechtbank oordeelde dat de termijn van vijftien jaar start op 10 mei 1989 en eindigt op 10 mei 2004.
De rechtbank verwierp het subsidiaire beroep van de man op gewijzigde omstandigheden wegens onvoldoende onderbouwing. Verder vond de rechtbank dat beëindiging van de alimentatie niet onredelijk was, aangezien de vrouw naast de bijdrage van de man ook een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt.
De rechtbank besloot de alimentatieverplichting van de man te beëindigen met ingang van 10 mei 2004 en wees het meer of anders gevorderde af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en iedere partij draagt haar eigen proceskosten.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw wordt beëindigd per 10 mei 2004.