ECLI:NL:RBROT:2001:AB6588
Rechtbank Rotterdam
- Eerste en enige aanleg
- Th.G.M. Simons
- E.I. van den Bos-Boomsma
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij bezwaar tegen afwijzing toepassing Mededingingswet door PTT Post
Eiser diende een klacht in tegen PTT Post wegens de introductie van een jaarlijkse vergoeding voor het gebruik van een postbus, waarbij hij stelde dat dit een misbruik van economische machtspositie betrof. De Nederlandse mededingingsautoriteit wees het verzoek tot toepassing van artikel 56 van Pro de Mededingingswet af en verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat hij geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank onderzocht of eiser als belanghebbende kon worden aangemerkt. Hoewel eiser een objectief bepaalbaar en actueel belang had als postbushouder, oordeelde de rechtbank dat dit belang niet in rechtens relevante mate verschilde van dat van andere postbushouders. Ook persoonlijke omstandigheden zoals privacyoverwegingen en financiële situatie maakten dit niet anders.
De rechtbank verwierp het pleidooi voor een ruimer belanghebbende-begrip omwille van efficiëntie en consistentie met de jurisprudentie en Europese regelgeving. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de mededingingsautoriteit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen belanghebbende is bij het besluit van de Nederlandse mededingingsautoriteit.