ECLI:NL:RBROT:2001:AC1903
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten terugvordering en maatregel bij te laat terugkeren uit buitenland
Eiser vroeg toestemming voor een vakantie naar Pakistan van 24 maart tot 4 mei 1998. Verweerder verleende toestemming met doorbetaling van bijstand tot 20 april 1998. Eiser keerde pas op 26 juni terug en meldde zich op 29 juni bij SoZaWe. Verweerder herzag daarop de uitkering over 24 maart tot 20 april en vorderde deze terug, en legde een maatregel van 10% verlaging op voor juli 1998 wegens te late terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van verweerder niet strookt met artikel 9 Abw Pro en jurisprudentie, die een maximale vakantieperiode van vier weken met behoud van bijstand toestaan. De terugvordering over de gehele periode van ruim 13 weken is onterecht. Ook is de maatregel onrechtmatig met terugwerkende kracht opgelegd, in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het eigen beleid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt beide besluiten en gelast verweerder binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten tot terugvordering van bijstand en oplegging van een maatregel wegens te laat terugkeren uit het buitenland.