ECLI:NL:RBROT:2001:AD3473
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Leeftijdsgrens kinderbijslag in Algemene Kinderbijslagwet niet strijdig met internationale verdragen
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank dat hij vanaf het eerste kwartaal van 2000 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor zijn zoon X, omdat deze de leeftijd van 18 jaar had bereikt. De rechtbank overwoog dat artikel 26 van Pro de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) per 21 december 1995 was komen te vervallen, maar dat overgangsbepalingen gelden voor kinderen die op 30 september 1995 17 jaar of ouder waren en nog studeerden.
Eiser stelde dat de leeftijdsgrens in strijd was met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 9 van Pro het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR), omdat zijn zoon geen studiefinanciering kon ontvangen en er sprake zou zijn van discriminatie. Ook voerde hij aan dat de wet in strijd was met artikel 65 van Pro de Euro-Mediterrane Overeenkomst tussen de EU en Marokko.
De rechtbank oordeelde dat leeftijdsgrenzen in wetgeving gebruikelijk zijn en niet behoren tot de verboden discriminatiecriteria in het IVBPR. De wetgeving bevatte geen onderscheid naar nationaliteit en was daarmee niet in strijd met de Euro-Mediterrane Overeenkomst. Ook was er geen sprake van verboden discriminatie op grond van ras, geslacht, of andere status. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van kinderbijslag wegens het bereiken van de leeftijd van 18 jaar wordt ongegrond verklaard.