ECLI:NL:RBROT:2001:AD6005
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake toewijzing FM-etherfrequenties voor commerciële omroep
Verzoekster diende op 27 maart 2001 een aanvraag in voor toewijzing van achttien FM-etherfrequenties per 1 juni 2001. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 29 mei 2001 af, stellende dat toewijzing voorafgaand aan de integrale herverdeling (zero base) niet doelmatig is en dat internationale coördinatie nog niet volledig was afgerond.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat de opstelplaats voor haar AM-zender per 1 oktober 2001 niet langer gebruikt mocht worden, waardoor haar uitzendingen zouden stoppen, en dat het NFP tijdelijke toewijzing via volgorde van binnenkomst toestaat. Tevens voerde zij aan dat de implementatie van zero base onnodig lang op zich laat wachten, waardoor tussentijdse toewijzing gerechtvaardigd is.
De rechtbank overwoog dat het NFP en de Telecommunicatiewet voorschrijven dat frequenties voor commerciële omroep bij schaarste via veiling of vergelijkende toets worden verdeeld. Gelet op de schaarste is de procedure van volgorde van binnenkomst niet van toepassing. Het kabinet heeft sinds 1997 consequent kenbaar gemaakt dat tussentijdse toewijzing voorafgaand aan zero base niet zal plaatsvinden, wat in beginsel gerechtvaardigd is. De rechtbank achtte het tijdschema van verweerder voor besluitvorming en implementatie nog binnen redelijke termijn en vond geen aanleiding voor voorlopige voorziening.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven en dat geen sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toewijzing van FM-etherfrequenties wordt afgewezen.