ECLI:NL:RBROT:2001:AD6008
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Koning
- Holierhoek
- Nijssen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte vennootschap wegens ontbreken wettig bewijs voor tenlastelegging
De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 november 2001 de zaak tegen een verdachte vennootschap die was opgericht op 10 december 1999. De tenlastelegging betrof handelingen die plaatsvonden vóór de oprichting van de vennootschap. De officier van justitie was ontvankelijk in zijn vervolging, wat door de rechtbank ambtshalve werd bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat het primaire, subsidiaire en tweede tenlastegelegde niet wettig en overtuigend waren bewezen. Er was geen bewijs dat de vennootschap de genoemde handelingen had gepleegd in de periode voorafgaand aan haar oprichting. De enkele betaling van een nota door het Ministerie van Defensie aan de rekening van de verdachte vennootschap, die eerst op naam van een ander adviesbureau stond, was onvoldoende om strafrechtelijke aansprakelijkheid vast te stellen.
Op grond hiervan sprak de rechtbank de verdachte vennootschap vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en de griffier, na de terechtzitting van 8 november 2001.
Uitkomst: De verdachte vennootschap is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten.