ECLI:NL:RBROT:2001:AD7478
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake ontheffing mededingingsbeperkende regelingen schildersbedrijf
Verzoeksters, bestaande uit een vereniging, stichting en een bureau actief in het schilders- en afwerkingsbedrijf, hebben bij de Nederlandse mededingingsautoriteit een aanvraag ingediend voor ontheffing van het verbod op mededingingsbeperkende afspraken. Deze regelingen beogen onder meer het tegengaan van 'leuren' bij aanbestedingen en het verzekeren van calculatievergoedingen voor deelnemers.
De mededingingsautoriteit wees de aanvraag af omdat de regelingen de mededinging beperken en niet voldoen aan de positieve criteria van artikel 17 van Pro de Mededingingswet. Verzoeksters stelden dat 'leuren' geen normale, maar een oneerlijke vorm van concurrentie is en dat de regelingen de markt juist verbeteren. Zij verwezen ook naar het aanbestedingsrecht en de zogenoemde rule of reason.
De rechtbank oordeelt dat de regelingen inderdaad de mededinging beperken en dat het nationale mededingingsrecht geen ruimte biedt voor een rule of reason-benadering. De positieve effecten zijn onvoldoende onderbouwd en de mededingingsbeperking is merkbaar. De aanvraag om ontheffing kon daarom terecht worden afgewezen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit naar verwachting in stand zal blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het besluit tot weigering van ontheffing blijft naar verwachting in stand.