ECLI:NL:RBROT:2001:AD9250
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake weigering invoer bakkerijproducten uit Aruba
Verzoeksters, waaronder Videmecum B.V. en Artrada N.V., hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Rijksdienst voor Vee en Vlees om de invoer van een partij bakkerijproducten uit Aruba te weigeren omdat de invoer van melkproducten uit Aruba niet is toegestaan. De goederen moesten binnen 60 dagen de EU verlaten. Verzoeksters vroegen om een voorlopige voorziening om verlenging van deze termijn te verkrijgen, mede gezien eerdere coulance van verweerder en het feit dat een uitspraak op bezwaar op korte termijn werd verwacht.
De rechtbank overweegt dat verzoekster 3 als belanghebbende kan worden aangemerkt en dat de rechtbank bevoegd is in de hoofdzaak. De brief van 13 juli 2001 waarin verweerder de termijn voor vertrek van de goederen bevestigt, wordt niet als een zelfstandig besluit gezien. De implementatie van richtlijn 97/78/EG via de Warenwetregeling Veterinaire controles wordt als correct beoordeeld, waardoor verweerder zich terecht op de richtlijn kan beroepen.
De rechtbank oordeelt dat de regelgeving geen mogelijkheid biedt tot verlenging van de termijn van 60 dagen, anders dan de eerder verleende coulance. De stelling van verzoeksters dat de producten in afwachting van een rechterlijke toetsing kunnen worden opgeslagen, wordt verworpen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van invoer van bakkerijproducten uit Aruba wordt afgewezen.