ECLI:NL:RBROT:2001:AE0061
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering zendamateurvergunning wegens niet-afleggen examen
Eiser verzocht op 3 januari 2000 om een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte in de categorie A, waarvoor een examen vereist is. De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat wees dit verzoek op 2 februari 2000 af omdat eiser niet aan de examenvereisten voldeed. Na bezwaar en een hoorzitting op 18 juli 2001 oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat hij vrijstelling van het examen kon krijgen.
De regelgeving schrijft voor dat voor de categorie A vergunningen het met goed gevolg afleggen van specifieke examens verplicht is, tenzij de kandidaat een HAREC-certificaat kan overleggen of ontheffing krijgt voor gelijkwaardige buitenlandse examens. Eiser, voormalig vliegtuigtelegrafist bij de Marine, beschikte niet over een HAREC-certificaat en kreeg slechts gedeeltelijke ontheffing voor het morsetelegrafie-examen.
De rechtbank vond dat ervaring niet gelijkgesteld kon worden aan actuele kennis van voorschriften en radiotechniek die vereist zijn voor de vergunning. Omdat eiser niet volledig aan de examenvereisten voldeed, was de weigering van de vergunning terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de zendamateurvergunning wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet aan de examenvereisten voldoet.