ECLI:NL:RBROT:2001:AE0143
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening inzake wijziging inleggeld BankGiroLoterij
Verzoekster, Stichting Uitvoeringsorgaan Financiële Acties, verzocht op 3 april 2001 om aanpassing van het inleggeld van de BankGiroLoterij van 10 gulden naar 5 euro. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 2 juli 2001 af, stellende dat de omzetting van gulden naar euro volgens vaste regels moet plaatsvinden zonder uitzondering.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van het bestreden besluit en toestemming tot wijziging van het inleggeld. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet alleen zag op omzetting van gulden naar euro, maar ook op wijziging van het inleggeld na eerdere instemming, en dat verweerder onvoldoende op het gehele verzoek had beslist.
De rechtbank stelde vast dat de EG Verordening 1103/97 alleen ziet op omzetting en niet op wijziging van rechtsinstrumenten en dat verweerder daarom alsnog een besluit moet nemen over de wijziging. De voorlopige voorziening werd toegewezen, de staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en verweerder kreeg een termijn tot 20 september 2001 voor een nieuw besluit.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt bevolen een besluit te nemen over de wijziging van het inleggeld.