ECLI:NL:RBROT:2001:AE3354
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake monumentenvergunning en bevoegdheid bestuursorgaan
Verzoekster diende op 14 april 2000 een aanvraag in voor een monumentenvergunning voor de bouw van woningen en een kademuur in Groote Dok West te Hellevoetsluis. Na terinzagelegging maakten Stichting Menno van Coehoorn en Vereniging tot Bescherming van de Vesting gebruik van hun zienswijzenrecht. Verzoekster stelde dat de vergunning van rechtswege op 14 oktober 2000 was verleend omdat het bestuursorgaan niet binnen de wettelijke termijn had beslist.
Verweerder betwistte dat sprake was van een volledige aanvraag op 14 april 2000 en stelde dat pas op 1 augustus 2000 een geldige aanvraag was ingediend. De rechtbank constateerde echter dat verweerder verzoekster niet schriftelijk had gevraagd de aanvraag aan te vullen en de beslistermijn niet had verlengd.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning derhalve van rechtswege was verleend op 14 oktober 2000 en dat de bezwaarschriften van de Stichting en Vereniging te laat waren ingediend en niet-ontvankelijk moesten worden verklaard. Omdat de vergunning van rechtswege was verleend, was verweerder niet langer bevoegd om over de aanvraag te beslissen. De voorlopige voorziening werd toegewezen, de schorsing van de vergunning opgeheven en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de schorsing van de monumentenvergunning wordt opgeheven omdat de vergunning van rechtswege is verleend.