ECLI:NL:RBROT:2002:AD7867
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G.M. Simons
- J.C. Gerritse
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanwijzing KPN als partij met aanmerkelijke marktmacht
Verweerder heeft KPN bij besluit van 20 oktober 1999 aangewezen als partij met aanmerkelijke marktmacht op de nationale markt voor mobiele telefonie op grond van artikel 6.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet. Eiseres maakte bezwaar tegen het feit dat KPN niet tevens is aangewezen op grond van het tweede lid van artikel 6.4, dat betrekking heeft op de gecombineerde markt van vaste en mobiele openbare telefoondiensten. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres niet rechtstreeks in haar belang bij het primaire besluit was betrokken.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het bezwaar niet was gericht tegen een besluit of een daarmee gelijk te stellen handelen of nalaten. Er was geen expliciete of impliciete weigering van verweerder om een besluit te nemen op grond van het tweede lid van artikel 6.4. De rechtbank benadrukt dat een uitdrukkelijk besluit nodig is voor een aanwijzing op grond van het tweede lid van artikel 6.4.
Daarnaast overweegt de rechtbank dat marktpartijen die in een rechtens relevante relatie staan tot de aangewezen marktpartij en wiens rechtspositie rechtstreeks wordt beïnvloed door het besluit, als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Dit omvat partijen die interconnectie- of bijzondere toegangsovereenkomsten hebben of beogen te sluiten met de aangewezen partij. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.