ECLI:NL:RBROT:2002:AD8430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Nunnikhoven
- M. Daalmeijer
- G.M.J. Kruijthof
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens nalaten van zorg voor hulpeloze minderjarige met dodelijke afloop
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 januari 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die wordt verweten zijn 8-jarige dochter in hulpeloze toestand te hebben achtergelaten, wat heeft geleid tot haar overlijden. Verdachte was zich bewust van de mishandeling door de moeder van het meisje en heeft nagelaten adequate zorg en medische hulp te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde primaire feit van opzettelijk nalaten van zorg met dodelijke afloop wettig en overtuigend bewezen was. Het ten laste gelegde feit van mishandeling werd niet bewezen verklaard. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie.
De verdediging voerde onder meer schending van het recht op een eerlijk proces aan, maar dit werd door de rechtbank verworpen. Ook werden diverse procedurele bezwaren behandeld, zoals beperkingen in het contact met de raadsman en het niet toevoegen van een deskundigenrapport, maar deze werden als niet schadelijk voor de verdediging beoordeeld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en in mindering gebracht op de straf. Verdachte werd vrijgesproken van het niet bewezen verklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf wegens het nalaten van zorg voor zijn dochter, wat heeft geleid tot haar overlijden.