ECLI:NL:RBROT:2002:AE1154
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Klaveren
- De Wit
- Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens uitingen over homoseksualiteit op grond van godsdienstvrijheid
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over personen met een homoseksuele gerichtheid en het aanzetten tot haat, discriminatie of gewelddadig optreden tegen deze groep. De uitlatingen betroffen een televisie-interview waarin verdachte stelde dat homoseksualiteit schadelijk is voor de samenleving en een besmettelijke ziekte zou zijn, vertalingen die door deskundigen werden genuanceerd als 'afwijking' of 'opvoedingsziekte'.
De rechtbank overwoog dat hoewel deze uitlatingen kwetsend kunnen zijn, verdachte zich erop kon beroepen dat zij voortkwamen uit zijn godsdienstige overtuiging, beschermd door artikel 6 van Pro de Grondwet, en dat de uitingen daarom niet als strafbare belediging konden worden aangemerkt. Tevens werd de context van het gehele interview betrokken, waarin verdachte expliciet stelde dat de islam het lastigvallen van personen verbiedt, waardoor geen sprake was van aanzetten tot haat of geweld.
De officier van justitie had een geldboete geëist, maar de rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarnaast werden de vorderingen van de benadeelde partijen afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. De verdachte werd vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken van belediging en aanzetten tot haat wegens uitingen over homoseksualiteit op grond van zijn godsdienstvrijheid.