ECLI:NL:RBROT:2002:AE3472
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- J.C. Gerritse
- M.J.L. Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens te late ziekmelding conform Ziektewet
Eiser, een arbeidsgehandicapte werknemer, is op 21 oktober 1999 wegens ziekte uitgevallen en zijn werkgever heeft de ziekmelding pas op 12 januari 2000 gedaan bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen. Verweerder weigerde ziekengeld uit te betalen over de periode van 1 oktober 1999 tot 12 januari 2000 vanwege deze te late ziekmelding. Eiser maakte bezwaar en stelde dat onduidelijke richtlijnen en onjuiste informatie van de arbodienst en verweerder tot de vertraging hadden geleid.
De rechtbank overwoog dat eiser als belanghebbende moet worden aangemerkt bij het besluit tot weigering van ziekengeld. De wettelijke bepalingen, waaronder artikel 38a van de Ziektewet, schrijven voor dat de ziekmelding uiterlijk op de vierde dag van arbeidsongeschiktheid moet plaatsvinden. Aangezien de ziekmelding te laat was ontvangen, was verweerder bevoegd om het ziekengeld pas vanaf de datum van melding uit te betalen.
De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van deze dwingendrechtelijke bepaling, ook niet vanwege de onwetendheid van de werkgever. Er was geen sprake van onjuiste informatie van verweerder voorafgaand aan de melding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en gaf verweerder in overweging de informatievoorziening aan werkgevers en arbodiensten te verbeteren.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van ziekengeld wegens te late ziekmelding is ongegrond verklaard.