ECLI:NL:RBROT:2002:AF0931
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.G. Poell
- Rechtspraak.nl
Verbod aan Maas en Hammerstein om zich als bestuurders van LPF te presenteren na nietige ALV
Eisers, leden van de LPF, vorderen in kort geding dat Maas en Hammerstein worden verboden zich als bestuursleden van de LPF te presenteren en bestuursdaden te verrichten. De kern van het geschil betreft de rechtsgeldigheid van de Algemene Ledenvergadering (ALV) van 19 oktober 2002 en de benoeming van het bestuur tijdens deze vergadering.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de enige bestuurder Dost op 2 augustus 2002 is afgetreden, waardoor er geen bestuur meer was dat bevoegd was de ALV bijeen te roepen. De volmacht die Dost aan Maas gaf om de ALV bijeen te roepen, is niet rechtsgeldig omdat Dost toen geen bestuurder meer was. Hierdoor is de ALV van 19 oktober 2002 niet rechtsgeldig bijeen geroepen en zijn de genomen besluiten, waaronder de benoeming van Maas en Hammerstein als bestuurders, nietig of vernietigbaar.
De voorzieningenrechter verbiedt Maas en Hammerstein zich als bestuurders te presenteren en bestuursdaden te verrichten en legt een dwangsom op bij overtreding. Daarnaast wordt hen opgedragen binnen veertien dagen een schriftelijke mededeling aan alle LPF-leden te sturen met de korte inhoud van het vonnis. Tevens wordt 10% van de leden gemachtigd een algemene vergadering bijeen te roepen. De vorderingen worden verder afgewezen en gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Maas en Hammerstein worden verboden zich als bestuurders van de LPF te presenteren wegens nietige ALV en onrechtmatige benoeming.