ECLI:NL:RBROT:2002:AF2141
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Klaveren
- Van Breevoort - de Bruin
- Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatige bewijsvergaring bij valsheid in geschrift en deelname criminele organisatie
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 december 2002 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van valsheid in geschrift, opzetheling van vervalste reisdocumenten en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes jaar.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege onrechtmatige inzet van een infiltrant zonder wettelijke grondslag, schending van privacyrechten en onrechtmatige overdracht van informatie door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Ook werd bewijsuitsluiting gevorderd.
De rechtbank oordeelde dat de inzet van de infiltrant en de overdracht van informatie niet zodanig ernstig waren dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Wel werd vastgesteld dat de dagvaarding partieel nietig was voor het onderdeel vervalsen van betaalpassen en waardekaarten wegens onvoldoende feitelijke omschrijving.
Verder concludeerde de rechtbank dat verdachte onvoldoende feiten en omstandigheden had om als verdachte in de zin van artikel 27 Sv Pro te worden aangemerkt, mede omdat de inlichtingen van de veiligheidsdienst niet rechtmatig in het strafproces konden worden betrokken. De tenlastelegging werd niet bewezen verklaard en verdachte werd vrijgesproken. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven en onmiddellijke invrijheidsstelling bevolen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatige bewijsvergaring.