ECLI:NL:RBROT:2002:AF2579
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring voorlopige hechtenis op basis van ambtsbericht AIVD in terrorismeonderzoek
De Raadkamer heeft op 31 december 2002 de voortduring van de voorlopige hechtenis van verdachte beoordeeld op basis van een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) van 27 augustus 2002. Dit ambtsbericht bevatte een uitvoerige beschrijving van personen die zich in georganiseerd verband met terroristische activiteiten zouden bezighouden. De raadsvrouwe van verdachte stelde dat het ambtsbericht onvoldoende was om voldoende verdenking te rechtvaardigen, omdat het niet ondersteund werd door zelfstandig strafrechtelijk onderzoek.
De Raadkamer oordeelde dat het ambtsbericht, hoewel anoniem, voldoende was getoetst door de landelijk Officier van Justitie belast met terrorismebestrijding en dat dit voldoende rechtvaardiging bood voor verdenking in de zin van artikel 27 Sv Pro. Dit maakte de aanhouding en daaropvolgende dwangmiddelen gerechtvaardigd. De Raadkamer verwees ook naar de huidige stand van wetenschap en rechtspraak waarin het gebruik van anonieme tips en ambtelijke berichten als basis voor verdenkingen is toegestaan.
De raadsvrouwe verwees naar vrijspraakuitspraken in de zaak "Eik" van 18 december 2002, maar de Raadkamer merkte op dat de toetsing door de landelijk Officier van Justitie in die zaak niet had plaatsgevonden. Verder werd toegelicht dat de AIVD geen opsporingsdienst is, maar een inlichtingeninstantie die haar gegevens via ambtsberichten aan de Officier van Justitie verstrekt.
De Raadkamer concludeerde dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen, omdat er voldoende ernstige bezwaren zijn en de voorlopige hechtenis gerechtvaardigd blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens voldoende ernstige bezwaren.