ECLI:NL:RBROT:2003:AF3135
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake gebruik frequentievergunningen commerciële radio-omroep
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 20 januari 2003 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot een bekendmaking van 24 december 2002 over frequentievergunningen voor commerciële radio-omroepen.
Verzoeksters maakten bezwaar tegen deze bekendmaking en stelden beroep in tegen een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter oordeelde dat de bekendmaking als een primair besluit moet worden aangemerkt en dat deze niet voldeed aan de vereisten, met name inzake de termijn waarvoor vergunningen worden verleend.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verweerder de vergunningen per 1 juni 2003 voor een periode van acht jaar in gebruik moet geven. Tevens werd bepaald dat deze voorlopige voorziening zes weken na de beslissing op bezwaar vervalt. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Er werd geen dwangsom verbonden aan de voorziening vanwege de toezeggingen en eerdere besluiten van verweerder.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op eerdere uitspraken en overleg met de Tweede Kamer over het tijdpad en de uitvoering van de vergelijkende toets voor de vergunningverlening.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vergunningen per 1 juni 2003 voor acht jaar in gebruik moeten worden gegeven en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.