ECLI:NL:RBROT:2003:AF7942
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W.M. van Dooren
- R.R. Roukema
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over beëindiging en voortzetting KID-behandeling met donorzaad
De zaak betreft een geschil tussen het Erasmus Medisch Centrum (voorheen AZR) en een patiënte over het gebruik en de beschikbaarheid van donorzaad voor kunstmatige inseminatie (KID-behandeling). De patiënte onderging een eerste succesvolle KID-behandeling met donorzaad, waarna een tweede behandeling met zaad van dezelfde donor werd gestart. AZR besloot het donorinseminatieprogramma geheel stop te zetten vanwege bezwaren over de medische zorgvuldigheid en risico's verbonden aan de opslag en het gebruik van het donorzaad.
De patiënte maakte bezwaar tegen de stopzetting en vorderde onder meer dat AZR gehouden zou zijn het donorzaad ter beschikking te stellen en de behandeling voort te zetten. De rechtbank oordeelde dat AZR de behandelingsovereenkomst rechtsgeldig had opgezegd wegens gewichtige medische redenen, waaronder het gebrek aan transparantie en controle over de opslag van het zaad. Echter, AZR was gehouden om het donorzaad dat nodig was voor de voortzetting van de behandeling aan de nieuwe behandelaar van de patiënte te verstrekken.
De rechtbank verwierp de vorderingen van de patiënte die strekten tot voortzetting van de behandeling door AZR zelf en tot het behoud van het gehele donorzaaddepot. Het belang van de patiënte bij een biologische band tussen haar kinderen werd erkend, maar vernietiging van het overtollige donorzaad werd niet onrechtmatig geacht. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: AZR mocht de behandelingsovereenkomst rechtsgeldig opzeggen maar moest het benodigde donorzaad ter beschikking stellen voor voortzetting van de behandeling.