ECLI:NL:RBROT:2003:AF8553
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- E.F.C. Francken
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens strijd met motiveringsbeginsel en onjuiste dwangsomoplegging
Eiseres werd door verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet tijdig verstrekken van gegevens over investeringsrelaties met niet-ingezetenen, zoals vereist op grond van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (Wfbb 1994). Eiseres maakte bezwaar tegen deze last, dat door verweerder werd afgewezen, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet tijdig aan de informatieverplichting had voldaan en dat verweerder bevoegd was bestuursdwang toe te passen. Echter, verweerder had het motiveringsbeginsel geschonden door pas ter zitting het categoriebeleid kenbaar te maken, waardoor eiseres niet adequaat kon reageren op de hoogte van de dwangsom. Ook was de wijze van het opleggen van de dwangsom in strijd met de wet omdat zowel een bedrag ineens als een bedrag per tijdseenheid werd toegepast zonder keuze.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van correcte motivering en wettelijke naleving bij het opleggen van bestuursdwang.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en onjuiste dwangsomoplegging.