ECLI:NL:RBROT:2003:AF9391
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W.M. van Dooren
- R.A. Overbosch
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kantonrechter wegens schijn van partijdigheid gegrond verklaard
In een procedure tussen de vereniging BUMA en verzoeker is een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de zaak behandelde. Verzoeker had uitstel gevraagd voor het nemen van de conclusie van antwoord, maar dit was door de kantonrechter zonder motivering afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat hoewel er geen persoonlijke vooringenomenheid is vastgesteld, de kantonrechter onvoldoende garanties bood tegen de schijn van partijdigheid. Het ontbreken van een motivering bij de afwijzing van de uitstelverzoeken wekt bij verzoeker de gerechtvaardigde vrees dat zijn verweer onvoldoende werd gewaardeerd.
De rechtbank verklaart het wrakingsverzoek gegrond en bepaalt dat een andere kantonrechter de zaak zal behandelen. Dit betekent niet dat verzoeker alsnog verweer kan voeren, aangezien de eerdere beslissing van de rolrechter onverminderd blijft gelden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is gegrond verklaard vanwege het ontbreken van motivering bij afwijzing van uitstelverzoeken, waardoor de schijn van partijdigheid ontstaat.