ECLI:NL:RBROT:2003:AH9756
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake toewijzing kavels ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken om haar aanvraag voor de kavels A1, A3, A6 en A7 voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep af te wijzen. Tevens verzocht zij om een voorlopige voorziening om alsnog een kavel toegewezen te krijgen, waaronder ook kavel A8, die onverdeeld was gebleven.
De procedure betrof een vergelijkende toets met een financieel bod, waarbij bedrijfsplannen werden beoordeeld met een 'plus' of 'nul'. Verzoekster kreeg een 'nul' en betoogde dat de beoordeling onvoldoende objectief en transparant was, en dat haar bedrijfsplan onterecht niet met een 'plus' was beoordeeld. Tevens stelde zij dat kavel A8 ten onrechte niet aan haar was toegewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Regeling AVT een besluit van algemene strekking is en dat de beoordelingsruimte van de minister bij de vergelijkende toets groot is. De wijze van beoordeling met 'plus' en 'nul' is toelaatbaar binnen de beoordelingsvrijheid. Het ontbreken van een aanvraag voor kavel A8 door verzoekster betekent dat zij niet in aanmerking komt voor toewijzing daarvan. De voorzieningenrechter achtte het verzoek tot voorlopige voorziening ongegrond en wees het af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het afwijzende besluit op de aanvraag voor radiofrequentiekavels wordt afgewezen.