ECLI:NL:RBROT:2003:AH9969
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen aanwijzing tot ontheffing bestuurders wegens twijfel aan betrouwbaarheid
Bij besluit van 14 april 2003 heeft de Nederlandsche Bank als toezichthouder op grond van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992) de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van een kredietinstelling opgedragen om twee bestuurders blijvend uit hun functie te ontheffen. Dit omdat de betrouwbaarheid van deze bestuurders niet langer buiten twijfel stond, gelet op een strafrechtelijk onderzoek wegens verdenking van handel met voorwetenschap.
De bestuurders hebben bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om schorsing van deze besluiten. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en overwogen dat het oordeel van de toezichthouder over de betrouwbaarheid van bestuurders slechts marginaal kan worden getoetst. Gelet op de ernst van de verdenkingen en de beleidsregels inzake betrouwbaarheidstoetsing was het oordeel van de toezichthouder gerechtvaardigd.
Hoewel de bestuurders stelden dat er geen sprake was van voorwetenschap en dat de toezichthouder te lang had gewacht met het nemen van maatregelen, achtte de voorzieningenrechter deze argumenten onvoldoende om het besluit te schorsen. De belangen van crediteuren van de kredietinstelling en het vertrouwen in het financiële stelsel rechtvaardigen de genomen maatregelen. Het verzoek om voorlopige voorziening is dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanwijzing tot ontheffing van de bestuurders wordt afgewezen.