ECLI:NL:RBROT:2003:AI0298
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Flint-van Noort
- Verbeek
- Heevel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer van circa 1000 kg hasjiesj per vrachtwagen
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 3, eerste lid, onder A, van de Opiumwet, strafbaar gesteld bij artikel 11, vierde lid van de Opiumwet, in verbinding met artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft samen met anderen circa 1000 kg hasjiesj per vrachtwagen Nederland binnengebracht. Nadat hij financiële problemen had getoond aan een medeverdachte, stemde hij snel toe om de drugs vanuit Spanje mee te nemen. Na ontvangst van instructies liet hij de drugs op een afgesproken plaats in Spanje verstoppen. Bij aankomst in Rotterdam werden hij en een medeverdachte aangehouden tijdens het lossen van de drugs.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan internationale drugshandel. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid van het feit of van verdachte uitsloten. De ernst van het feit, de maatschappelijke schadelijkheid van drugsgebruik en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen, werden meegewogen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht.
De straf weerspiegelt de ernst van het feit en dient tevens als afschrikking om herhaling te voorkomen. De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.