ECLI:NL:RBROT:2003:AI0300
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Flint-van Noort
- Verbeek
- Heevel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen invoer van circa 1000 kg hasjiesj
Aan verdachte werd medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid hasjiesj ten laste gelegd, waarbij de tenlastelegging een innerlijke tegenstrijdigheid vertoonde door het gebruik van 'en/of'. De rechtbank verklaarde dit partieel nietig en interpreteerde de tenlastelegging als primair gewone invoer en subsidiair invoer zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van Pro de Opiumwet.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken was bij de invoer van circa 1000 kg hasjiesj per vrachtwagen, waarbij hij een onmisbare schakel was in het transport. De bewijsvoering bestond uit diverse wettige bewijsmiddelen, waaronder verklaringen en onderzoeksrapporten. De verdediging voerde onrechtmatigheid van het bewijs aan, maar dit werd door de rechtbank verworpen vanwege voldoende feiten en omstandigheden die het onderzoek rechtvaardigden.
De strafbaarheid van het feit en van verdachte werd bevestigd. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van het feit, de maatschappelijke gevolgen van drugshandel, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en diens eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten. De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor medeplegen invoer van circa 1000 kg hasjiesj.