ECLI:NL:RBROT:2003:AN9478
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- D.C.J. Peeck
- E.M. Havik
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor premieschuld op grond van eigenbouwerschap bij kledingproductie
Eiseres, een kledingbedrijf, werd aansprakelijk gesteld voor de premieschuld van haar onderaannemer Ugur over de jaren 1994 (vanaf februari), 1995 en 1996. Verweerder stelde dat eiseres als eigenbouwer moet worden aangemerkt omdat zij de algehele leiding had over de productie, ondanks dat zij de kleding niet zelf vervaardigde.
De rechtbank stelde vast dat het vervaardigen van kleding tot de normale bedrijfsuitoefening van eiseres behoort en dat zij de productie leidde via een vaste medewerker die toezicht hield bij Ugur. Hierdoor kwalificeert eiseres als eigenbouwer en is zij hoofdelijk aansprakelijk voor de premieschuld op grond van artikel 16b CSV.
Verder oordeelde de rechtbank dat Ugur in gebreke was en verweerder een adequaat incassobeleid had gevoerd. De berekening van de premieschuld door verweerder was op basis van schatting en omzet, wat redelijk werd geacht gezien het ontbreken van een deugdelijke loonadministratie.
De rechtbank vernietigde het besluit voor zover de omzet van februari 1994 ten onrechte werd betrokken bij de premieberekening en verklaarde het beroep tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk. Tevens werd het griffierecht aan eiseres vergoed, maar het verzoek om vergoeding van bezwaarkosten werd afgewezen.
Uitkomst: Eiseres wordt als eigenbouwer aansprakelijk gesteld, maar het besluit wordt deels vernietigd wegens onjuiste omzettoerekening en het beroep tegen het primaire besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.