ECLI:NL:RBROT:2003:AN9551
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.F.C. Francken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs voor onderhoudsbijdrage kinderen in Irak als voorwaarde kinderbijslag
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank die het recht op kinderbijslag voor zijn drie kinderen in Irak ontzegd. Verweerder stelde dat de kinderen niet tot het huishouden van eiser behoorden en dat eiser daarom moest aantonen dat hij hen in belangrijke mate onderhoudt. Eiser kon niet op eenvoudig controleerbare wijze bewijzen dat hij de onderhoudsbijdrage had voldaan, mede door de economische boycot tegen Irak die directe betalingen bemoeilijkte.
De rechtbank overwoog dat eiser weliswaar in een moeilijke bewijspositie verkeerde, maar dat dit niet kon leiden tot versoepeling van de strikte bewijsregels die verweerder hanteert. Het beleid vereist een drieledige bewijsvoering: aantonen dat het geld aan een tussenpersoon is gegeven, dat deze naar Irak is gereisd, en dat het geld daadwerkelijk aan de verzorger is overhandigd. Eiser had deze derde stap niet aannemelijk gemaakt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verweerder expliciet voorwaarden had gesteld en geen verplichting had om eerdere foutieve beslissingen te herhalen. De rechtbank sloot zich aan bij jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die dit beleid als redelijk beschouwt. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de besluiten tot ontzegging van kinderbijslag worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van onderhoudsbijdrage.