ECLI:NL:RBROT:2003:AN9552
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen weigering WW-uitkering wegens niet-verwijtbaar gedrag werknemer
Eiseres heeft op 20 maart 2001 een WW-uitkering aangevraagd na ontslag per 1 april 2001 wegens onvoldoende functioneren en niet accepteren van een passende functie met onregelmatige werktijden. Verweerder weigerde de uitkering wegens verwijtbare werkloosheid en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in.
De rechtbank constateerde dat het bezwaarbesluit van 17 december 2002 naar een onjuist adres was verzonden, waardoor de beroepstermijn pas aanving met het besluit van 6 januari 2003. Het beroep was derhalve ontvankelijk. Feitelijk was eiseres tijdelijk als receptioniste geplaatst met onregelmatige werktijden, maar zij accepteerde deze functie niet zonder voorwaarden vanwege haar zorgplicht voor haar chronisch zieke kind.
De rechtbank oordeelde dat het niet accepteren van de functie met onregelmatige werktijden niet verwijtbaar is jegens de werkgever, ondanks de ontslagdreiging. Verwijtbaarheid in de zin van artikel 24 WW Pro vereist verwijtbaarheid jegens de werkgever. Tevens werd het te late besluit van verweerder op de WW-aanvraag bekritiseerd en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.