ECLI:NL:RBROT:2003:AN9799
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde aanwijzing van KPN als aanbieder met aanmerkelijke marktmacht op huurlijnenmarkt
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Rotterdam het beroep van KPN tegen het besluit van 27 maart 2002 behandeld, waarbij KPN als aanbieder met aanmerkelijke marktmacht (AMM) op diverse deelmarkten voor huurlijnen werd aangewezen. KPN betwistte de aanwijzing, met name vanwege gebreken in het marktonderzoek en de motivering, en voerde aan dat de geografische afbakening en de classificatie van PVC-diensten als huurlijnen onjuist waren.
De rechtbank oordeelde dat PVC's, behoudens specifieke gevallen zoals FlexiStream, wel als huurlijnen kunnen worden aangemerkt, mits zij voldoen aan het criterium van transparante transmissiecapaciteit zonder routeringsfuncties. De rechtbank volgde echter KPN in haar kritiek dat het onderzoek en de motivering onvoldoende waren. Verweerder had nagelaten de resultaten van aanvullend onderzoek inzichtelijk te maken en had de geografische marktafbakening onvoldoende feitelijk onderbouwd.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan KPN vergoed. Het beroep tegen het eerdere besluit I werd niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van KPN als aanbieder met aanmerkelijke marktmacht wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en gebrekkig marktonderzoek.