ECLI:NL:RBROT:2003:AO0226
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering uitritvergunning wegens verkeersveiligheid en belangenafweging
Eiser vroeg op 27 september 2000 een vergunning aan voor het aanleggen van een uitrit bij een nog te bouwen garage ten behoeve van het stallen van een race-auto. Verweerder weigerde de vergunning op basis van verkeersveiligheid en bescherming van groenvoorzieningen. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank in 2002 het besluit wegens onvoldoende motivering.
Verweerder nam een nieuw besluit in 2002, waarbij de motivering werd aangepast en de vergunning opnieuw werd geweigerd, gebaseerd op een negatief advies van de ambtelijke verkeerscommissie (AVC) over de verkeersveiligheid. Eiser voerde aan dat de snelheid op de weg lager was dan aangenomen en dat de vergunning slechts beperkt gebruikt zou worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een redelijke belangenafweging had gemaakt, waarbij het zwaarwegende algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder woog dan het hobbymatige belang van eiser. Het advies van de AVC werd als deskundig en objectief beschouwd, terwijl de stellingen van eiser subjectief bleven. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de uitritvergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de uitritvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.