ECLI:NL:RBROT:2003:BP4433
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W.M. van Dooren
- K.L. van Zetten
- R.A. Overbosch
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over definitie van aansluiting elektriciteitsnet bij gefuseerde terminals
De zaak betreft een geschil tussen Vopak Terminal Europoort B.V. (VTE), Vopak Shared Services B.V. (VSS) en Eneco Netbeheer B.V. over de uitleg van het begrip 'aansluiting' in de Elektriciteitswet 1998. VTE en VSS exploiteren twee gefuseerde tankterminals die elk een 25 kV-aansluiting op het elektriciteitsnet van Eneco hebben. Na de fusie worden de terminals als één onroerende zaak in de zin van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) beschouwd.
VTE stelt dat er slechts sprake is van één aansluiting en dat Eneco ten onrechte facturen baseert op twee aansluitingen. Eneco betwist dit en wijst erop dat de terminals technisch en elektrotechnisch gescheiden zijn, elk met een eigen netaansluitpunt en beveiliging. De directeur van de Dienst uitvoering en toezicht energie (Dte) heeft in een beleidsdocument aangegeven dat meervoudige verbindingen die door de netbeheerder zijn aangelegd als één aansluiting worden beschouwd, maar wanneer meerdere verbindingen op verzoek van de klant zijn aangelegd, deze als meerdere aansluitingen gelden.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke definitie van aansluiting geen beperking inhoudt op het aantal aansluitingen per onroerende zaak en dat het Toetsingskader van de Dte, hoewel niet algemeen verbindend, als richtlijn geldt. Gelet op de feitelijke situatie, waarbij de terminals elektrotechnisch zelfstandig functioneren en de aansluitingen ongewijzigd zijn gebleven, oordeelt de rechtbank dat Eneco terecht twee aansluitingen hanteert voor de tariefberekening. De vorderingen van VTE en VSS worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van VTE en VSS af en bevestigt dat Eneco twee aansluitingen mag hanteren voor tariefberekening.