ECLI:NL:RBROT:2004:AO3912
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Riphagen
- M.J.L. Lamers - Wilbers
- M. Jorna
- Rechtspraak.nl
Verboden verticale prijsbinding en doorleveringsverbod door Secon Group B.V. en G-Star International B.V.
De zaak betreft een beroep van Secon Group B.V. en G-Star International B.V. tegen een boete en last onder dwangsom opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet (Mw). De overtreding betreft het hanteren van verticale prijsbindingsclausules en een doorleveringsverbod in hun algemene voorwaarden.
De rechtbank stelt vast dat Secon en haar dochterondernemingen, waaronder G-Star, verboden verticale prijsbindingen en een absoluut doorleveringsverbod hebben toegepast in verschillende versies van hun algemene voorwaarden. Deze bepalingen beperken de mededinging op de Nederlandse markt en zijn derhalve in strijd met artikel 6, eerste lid, van de Mw. De rechtbank oordeelt dat ook de versies 2 en 3 van de voorwaarden, die volgens Secon slechts adviesprijzen bevatten, feitelijk een mededingingsbeperkend karakter hebben.
Verder wordt geoordeeld dat de overtredingen van de dochterondernemingen aan Secon kunnen worden toegerekend vanwege haar beslissende invloed. Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het de hoogte van de boete betreft, waarbij de rechtbank de periode van 1 januari tot 1 april 1998 buiten beschouwing laat. Het beroep wordt ongegrond verklaard voor het overige. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst het griffierecht toe aan eiseressen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de boete betreft en vernietigt het besluit in dat onderdeel, terwijl het beroep voor het overige ongegrond wordt verklaard.