ECLI:NL:RBROT:2004:AO7802
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- L.A.C. van Niferick
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanzegging stille curator bij beleggingsfondsbeheerder
Op 30 december 2003 heeft de toezichthouder (verweerster) aan de beheerder van een beursgenoteerd closed-end beleggingsfonds een stille curator aangezegd op grond van artikel 22 van Pro de Wet toezicht beleggingsinstellingen (Wtb). Dit vanwege bijzondere gebeurtenissen, waaronder het koppelen van een afkoopsom aan de liquidatie van het fonds, die de adequate functionering van het fonds in gevaar brengen.
Verzoekster, enig aandeelhouder van de beheerder, maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening tot schorsing van de aanzegging. De voorzieningenrechter overwoog dat de beheerder in strijd had gehandeld met wettelijke bepalingen en de voorwaarden van het fonds door haar eigen belangen boven die van de participanten te stellen. Ook was sprake van een integriteitsprobleem door verstrengeling van belangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanzegging van stille curatele terecht was en dat het verzoek om voorlopige voorziening geen spoedeisend belang had. De rechter wees het verzoek af en bevestigde dat de aanzegging niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. De beheerder en verzoekster werden geacht rechtstreeks in hun belang getroffen te zijn, maar de bescherming van beleggers en integriteit van de financiële markten prevaleerde.
De uitspraak benadrukt dat bijzondere gebeurtenissen niet beperkt zijn tot infrastructuurproblemen, maar ook integriteitskwesties en belangenverstrengeling kunnen omvatten. De participantenvergadering kan besluiten met volstrekte meerderheid, niet per se unanimiteit. De aanzegging van stille curatele blijft van kracht totdat de omstandigheden niet langer aanwezig zijn, maximaal één jaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de aanzegging van stille curatele is afgewezen.