ECLI:NL:RBROT:2004:AP2142
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken arbeidsurenverlies bij cyclisch arbeidspatroon in agrarisch loonbedrijf
Eiseres was van 1 februari tot 31 augustus 2002 werkzaam bij een agrarisch loonbedrijf op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Na het einde van haar dienstverband vroeg zij een WW-uitkering aan, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd omdat geen sprake was van verlies van arbeidsuren.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 4b van de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte uren met gewerkte uren, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen seizoensgebonden arbeid en cyclisch werk. Verweerder stelde dat het werk bij het loonbedrijf cyclisch was en dat het nieuwe artikel 4b direct op eiseres van toepassing was, ondanks dat zij voor het eerst in deze bedrijfstak werkte.
De rechtbank overwoog dat het werk inderdaad volgens vaste perioden plaatsvindt en niet afhankelijk is van klimatologische omstandigheden, waardoor het als cyclisch werk moet worden aangemerkt. Het feit dat eiseres nieuw was in de bedrijfstak en dat er geen toezegging was tot heraanname, stond niet aan de toepassing van artikel 4b in de weg. Omdat eiseres na afloop van de cyclus haar werkzaamheden bij dezelfde werkgever heeft hervat, was er geen sprake van verlies van arbeidsuren. Daarom was de weigering van de WW-uitkering terecht en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.