ECLI:NL:RBROT:2004:AQ6954
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- R. Kruisdijk
- J.F. Koekebakker
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing voor toevoeging jodium aan instant-maaltijden op grond van volksgezondheid en EG-recht
Eiseres verzocht om ontheffing voor het verhandelen van instant-maaltijden waaraan gejodeerd zout was toegevoegd, geproduceerd door haar Duitse zustermaatschappij. Verweerder weigerde deze ontheffing op grond van het Nederlandse beleid dat slechts beperkte toevoeging van jodium aan bepaalde producten toestaat, gebaseerd op het voorzorgsbeginsel en wetenschappelijke rapporten die een maximum van 600 mcg jodium per dag aanbevelen.
De rechtbank overwoog dat het niet verlenen van ontheffing in beginsel in strijd is met artikel 28 EG Pro-Verdrag over het vrije verkeer van goederen, maar dat de uitzondering van artikel 30 EG Pro-Verdrag geldt vanwege de bescherming van de volksgezondheid. Nederland mag op basis van het voorzorgsbeginsel een maximumgrens hanteren zolang deze objectief, niet discriminerend en wetenschappelijk onderbouwd is.
De rechtbank oordeelde dat het Nederlandse beleid van "veel in weinig" (relatief veel jodium in weinig producten) gerechtvaardigd is en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De vastgestelde maximumgrens van 600 mcg per dag is gebaseerd op betrouwbare wetenschappelijke gegevens en is niet discriminerend. Toelating van de instant-maaltijden zou dit beleid ondermijnen.
Verder werd geoordeeld dat het beleid de ontheffingsmogelijkheid beperkt maar niet onmogelijk maakt, en dat verweerder zijn bevoegdheid rechtmatig heeft uitgeoefend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een onevenredige last voor eiseres vormden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van ontheffing voor toevoeging van jodium aan instant-maaltijden wordt ongegrond verklaard.