ECLI:NL:RBROT:2004:AR3835
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Grinten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werkneemster tegen beëindiging leer-arbeidsovereenkomst na uitsluiting opleiding
De werkneemster was sinds 1986 in dienst bij de werkgever, aanvankelijk als oproepkracht en later vast, werkzaam in de huishoudelijke dienst. Op haar verzoek sloten partijen in augustus 2000 een leer-arbeidsovereenkomst voor een opleiding tot helpende, die succesvol werd afgerond. Vervolgens werd een nieuwe leer-arbeidsovereenkomst gesloten voor een opleiding tot verzorgende.
In november 2003 werd de werkneemster door het Albeda College uitgesloten van verdere opleiding nadat zij een toets meerdere keren niet had gehaald. De werkgever beëindigde daarop de arbeidsovereenkomst op grond van een ontbindende voorwaarde in de leer-arbeidsovereenkomst die bepaalt dat uitsluiting van de opleiding leidt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De werkneemster stelde dat het ontslag nietig was en dat zij niet duidelijk was geïnformeerd over de gevolgen van het niet slagen voor de opleiding. De kantonrechter oordeelde dat de ontbindende voorwaarde rechtsgeldig was, omdat de beëindiging van de opleiding niet afhing van een subjectieve beoordeling van de werkgever en de werkneemster daardoor niet meer beschikte over de vereiste kwalificaties.
Ook werd geoordeeld dat de leer-arbeidsovereenkomst een nieuwe arbeidsovereenkomst vormde en dat een terugkeer naar de oorspronkelijke functie niet vanzelfsprekend was. De werkneemster had voldoende informatie gekregen over de gevolgen van het niet slagen. De vorderingen werden daarom afgewezen en de werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werkneemster worden afgewezen en de arbeidsovereenkomst eindigt rechtsgeldig op grond van de ontbindende voorwaarde.