ECLI:NL:RBROT:2004:AR4935
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. van der Groen
- F. Stuurop
- L.J.J. Rogier
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolg en ontvankelijkheid bezwaar tegen brieven DNB inzake schorsing bestuurders VPV
In deze bestuursrechtelijke procedure staat centraal of twee brieven van De Nederlandsche Bank (DNB) aan Dresdner Bank Luxembourg en de Raad van Commissarissen van VPV als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen worden aangemerkt. De brieven betreffen maatregelen rondom de schorsing van de bestuurders van VPV en de benoeming van interim-bestuurders.
De rechtbank overweegt dat de brief van 19 december 2002 slechts een reactie is op door VPV voorgestelde maatregelen en geen rechtsgevolg beoogt; deze brief is daarom geen besluit. Ook de brief van 9 januari 2003, waarin DNB aandringt op spoedige schorsing en benoeming van interim-bestuurders, is volgens de rechtbank niet dwingend en evenmin een besluit in de zin van de Awb.
Hierdoor zijn de bezwaren tegen beide brieven niet ontvankelijk. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het bezwaar tegen de brief van 9 januari 2003 ontvankelijk verklaart en behandelt het bezwaar alsnog als niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de rechtbank DNB in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar tegen de brief van 9 januari 2003 niet-ontvankelijk en vernietigt het bestreden besluit voor zover dit bezwaar ontvankelijk verklaart.